Als u na uw pensioendatum naast uw welverdiende rust ook nog leuke dingen wilt gaan doen, dan moet daar tijdig over nagedacht worden en keuzes gemaakt worden.

De vraagstukken rondom pensioenopbouw en uitkering zijn ook voor de specialisten complex. Het is lastig te becijferen welke impact al die mogelijke omstandigheden (persoonlijke gebeurtenissen en regelgeving) kunnen hebben op iemands pensioen en/of nabestaandenpensioen. Eigenlijk een pleidooi om dit regelmatig (eens in de 3-4 jaar) en bij elke impactvolle gebeurtenis ( veranderen van werkkring, samenwonen, scheiden, gezinsuitbreiding, etc) door te laten rekenen.

Het pensioenstelsel

Het Nederlandse pensioenstelsel bestaat uit 3 pijlers: AOW, aanvullende pensioenopbouw via de werkgever en aanvullende en individuele, fiscaal gefaciliteerde pensioenverzekeringen.  In België voegt men daar nog een aan toe, namelijk  vermogen, als eigenwoning en spaargelden die na pensioen ook aangewend kunnen worden voor bestedingen.

Pijler 1:  De AOW vormt de 1e pijler van het pensioenstelsel. Het is het basisinkomen om te kunnen rondkomen. Iedereen die in Nederland woont of werkt, bouwt automatisch AOW op. De hoogte van de AOW wordt jaarlijks aangepast aan de ontwikkeling van het minimumloon.

Pijler 2:  Pensioen(aanspraken) opbouwen: Een deel van je salaris aangevuld met een bijdrage van werkgever wordt apart gezet bij pensioenfonds of verzekeraar. Dit kan op verschillende manieren. Ca 85% van de werknemers nemen deel in een pensioenfonds van de werkgever of binnen een bedrijfstak.

Pijler 3: Vermogen (als pensioenpot) opbouwen: Zelf sparen en/of beleggen met het doel dit na de pensioengerechtigde leeftijd te kunnen besteden als aanvulling op AOW en het Werkgeverspensioen.

Pijler 4: Door vrij sparen en/of beleggen vermogen opbouwen, vrij besteedbaar voor bijzondere zaken toekomstige schenkingen, zowel voor als na pensioendatum.

Vermogens ontwikkeling (gemiddeld)

Deze leeftijdsgroep zit nog in de beginfase van de pensioenopbouw. Geringe premieafdrachten en/of korte dienstverbanden. 

Hier begint veelal de jaarlijkse groei van de pensioenaanspraak toe te nemen. 

Het opgebouwde pensioen-kapitaal is aangewend voor de  jaarlijkse aanspraken.